Woon Zorgzone Vijverhoven, Nieuwkoop

ontwerp:
bureau MASSA; Koos Kok, Laila Ghait
team:
Eddie Molenaar, Arjan Hordijk, Sabine Simon, Rutger Schoenmaker, Marscha van Dijk, Jeroen Skama, Mathieu Schout
opdrachtgever:
Woningstichting Nieuwkoop en project ontwikkelaar LATEI projectontwikkeling
plan:
58 huurappartemanten, 21 koopappartementen, 1300 m2 medische plint, ontmoetingsruimte en parkeergarage in een woon-zorgzone; dorpsvernieuwing 
ontwerp-uitvoering:
2006 - 2012

De locatie van De Vijverhof ligt tegen de dijk aan, in een overgangsgebied tussen de hoger gelegen oudere lintbebouwing en de lager gelegen orthogonaal verkavelde woongebieden in de polder. Deze groene overgangszone heeft een steeds verlopende maat. Ze bestaat ter plekke uit een driehoek tussen woongebied, met de polderstructuur als hoofdrichting, en het schuin verlopende lint. Wat direct in het oog springt is de landschappelijke kwaliteit van de open groene weide en het dijklichaam met het water. De kwaliteiten die zonder meer het plan bepalen zijn het licht en de weidsheid van de polder. Deze hebben we ondanks de hoge woningdichtheid weten te vangen in de architectuur, met lichte tinten en een riante horizontale structuur van leefgalerijen en brede balkons.

Een ander belangrijk gegeven is het utilitaire karakter van deze overgangszone. Hier zijn aan de Achterweg het gemeentehuis, een winkelcentrum, een school, een brandweerkazerne en een postkantoor gehuisvest. Grotere utilitaire gebouwen zetten dus de toon, en in die lijn hebben we de woonbebouwing eenzelfde ensemble-achtig karakter meegegeven. De kunst is om zo’n samenhangend ensemble niet tot een complex te laten verworden. Een kleine woonbuurt dus, met een compacte sterke samenhang, als zelfstandige entiteit tussen de gebouwen in de directe omgeving. De woningbouw is onderdeel van een woon-zorgzone, met als doelgroep de ouderen uit Nieuwkoop. Naast appartementen voor senioren is er ook één blok met starters-appartementen, en op de begane grond van het langste blok een dienstencentrum met onder andere huisartsen en een fysiotherapiepraktijk. De realisatie van dit programma met wonen en zorg vraagt om een behoorlijke dichtheid om de bereikbaarheid, en daarmee de levensvatbaarheid, van de voorzieningen waar te maken.  

Door te werken met een open strokenverkaveling en het parkeren ondergronds op te lossen kon het plan groen ingebed worden in zijn omgeving. De bouwblokken zijn opgeknipt in kleinere delen zodat er meer doorzichten binnen het plan ontstaan en het plan zich minder massaal presenteert. Door de blokken iets uit het gelid te plaatsen ontstaat een meer ontspannen setting en worden er ruimtes (in plaats van ‘gangen’) tussen de blokken geformeerd. Belangrijk is ook de hoogte: hier is voorgesteld om de woningen naar de dijk toe af te laten lopen zodat er een landschappelijke komvorm ontstaat. Aan de dijk, de meest groene zijde toont het plan zich kleinschaliger met twee tot drie lagen, en aan de meer ‘stedelijke’ Achterweg zijn dat overwegend 4 lagen. De koppen zijn hier uitgewerkt tot echte voorkanten, in principe zijn de woonblokken met hun vrije groene setting alzijdig georiënteerd.

Tijdens een excursie met de toekomstige bewoners (een CPO avant la lettre) is er geopteerd voor een verbrede galerij met ruimte voor ontmoeting én balkons aan de andere zijde met een privé karakter. Daarmee konden de woonblokken een alzijdig karakter krijgen: met aan de ene kant galerijen en aan de andere zijde doorlopende balkons ontstaat er een sterke horizontale geleding die de ruimte tussen de blokken op een min of meer gelijkwaardige manier zal omsluiten. Ook kunnen de galerijen met de bruggen ontspannen meanderen door het plan zodat per blok steeds voor de optimale oriëntatie gekozen kon worden. De glazige trappenhuizen staan daar losjes tussenin met de smalle zijde op de kop, zodat de openheid van de tuinen zo min mogelijk belemmerd zal worden.

Ook in dit plan is de plattegrond ruimtelijk van opzet met een binnenkomst achter de keuken langs. De hoekkeuken in het midden van de woning verdeeld de open ruimte in een woon- en eetgedeelte. Beide ruimten zijn met schuifpuien verbonden met buiten: respectievelijk het balkon en de leefgalerij.

Op detailniveau is er doorgewerkt op de stedenbouwkundige figuur: de verspringende stroken. Dit is terug te vinden op verschillende schaalniveau’s: in de hoofdordening van de borstweringen, de detaillering van de betonplastiek en de verlichting van de galerijen.