Corneliahof, Pernis

ontwerp:
bureau MASSA; Koos Kok
team:
Marscha van Dijk, Aldo de Jong, Arjan Hordijk, Renate Trouwborst
teksten:
Bernard Hulsman, Martien Kromwijk
opdrachtgever:
Woonbron Maasoevers, Convide Vastgoedontwikkeling
aannemer:
Van Wijnen Stolwijk
plan:
reconstructieopgave met 42 levensloopbestendige woningen
ontwerp - uitvoering:
2004 - 2007

De galerij van de Corneliahof werkt. Dat is bijzonder. Sinds de uitvinding in de jaren twintig van de vorige eeuw zijn de meeste galerijen niet de levendige luchtstraten geworden die de architecten voorzagen. De galerijflat is een gebouwtype dat is verbonden met het modernisme. Met zijn luchtstraten past de galerijflat bij het streven naar licht, lucht en ruimte van de modernistische architecten. Na de Tweede Wereldoorlog, toen het modernisme algemeen werd in de Nederlandse stedenbouw en architectuur, doken de galerijflats dan ook overal op in de Nederlandse buitenwijken. Maar na het debacle van de Bijlmermeer, de nieuwe Amsterdamse satellietstad uit begin jaren zeventig, had het gebouwtype een slechte reputatie en raakte in onbruik. 

Dat de galerijflat van het Corneliahof wel ‘werkt’, heeft te maken met het feit dat dit twintigste-eeuwse gebouwtype hier is gecombineerd met een veel ouder gebouwtype: het hofje. Al sinds de zestiende eeuw kennen Nederlandse steden hofjes voor armlastigen, gebouwd door rijke burgers die aan liefdadigheid wilden doen. Vaak bestaan ze uit identieke huizen rondom een gemeenschappelijke tuin. De Corneliahof ademt de beslotenheid van het traditionele hofje. De woningen zijn hier gegroepeerd rondom een gemeenschappelijke tuin. En aan de straatzijde zijn de woningen iets opgetild – ze zijn op de bergingen gebouwd – en hebben zo, net als veel oude hofjes, een beetje een defensief karakter. Het bijzondere hier is dat het aloude gebouwtype van het hofje is gecombineerd met het 20ste-eeuwse, modernistische gebouwtype van de galerijflat. Dit maakt de Corneliahof tot een hybride complex. 

Ook de materialisatie is tweeslachtig: de buitenzijde is voornamelijk van baksteen, de binnenzijde van hout. Maar terwijl hybrides de neiging hebben om vlees noch vis te zijn, is de Corneliahof een wonderlijk mooie samensmelting van de openheid van het modernisme en de beslotenheid van het traditionalisme. 

De Corneliahof is meer dan een eenvoudige optelsom van hof plus galerij, meer dan een gesloten bouwblok met galerijen aan de binnentuinzijde. Aan de lange zijdes heeft het bouwblok twee openingen gekregen, zodat ook buurtbewoners de binnentuin kunnen betreden zonder het gevoel te krijgen dat ze eigenlijk niet welkom zijn. Tegelijkertijd zorgen de galerijen voor extra beslotenheid doordat ze, halverwege het bouwblok, met elkaar worden verbonden door een luchtbrug. Bovendien hebben de galerijen met hun afrondingen een zwierig karakter en zijn ze voor de entrees van de woningen zo breed, dat ze een mooie overgang tussen publiek en priv├ę vormen en gemakkelijk als een uitbreiding van de huiskamer kunnen worden gebruikt. Zo is de Corneliahof het beste van twee werelden geworden.

Martien Kromwijk, directeur Woonbron:

“De Corneliahof is een van de mooiste projecten die ik de afgelopen jaren heb zien passeren. Het is verheugend dat anderen dat ook zien, en dat het prachtige woongebouw in de top staat bij de Bouwkwaliteitsprijs 2007 van de gemeente Rotterdam.

Waarom zo’n positief oordeel?

Dat heeft alles te maken met het dierbare karakter van het gebouw. Dat helemaal laat zien dat het hier op z’n plaats is. Dat het nergens zo goed zou staan als op deze plek, in Pernis. Het is de grote glimlach die een gebouw voor de omgeving kan hebben. Alsof het zegt: ik snap de omgeving, ik ga er niet in op, maar ik geef deze een extra accent, waardoor deze nog beter voor de dag komt.

De Corneliahof is zo bijzonder

omdat die helemaal meegaat in het ritme van Pernis. Met de brede galerij die uitnodigt tot ontmoeting en samen wonen, de warme gevel, de verwijzingen naar het verleden in het tuinontwerp, de zachte glooiingen. Dit maakt de Corneliahof tot een dierbaar gebouw, een feest voor de bewoners en de Pernisser gemeenschap.”