Herstructurering Spoorwijk fase 3, Den Haag

ontwerp:
bureau MASSA; Koos Kok
team:
Marscha van Dijk, Joost van der Kooij, Claudia Tjon Soei Len, Renate Trouwborst, Jolan Sterenborg, Dominika Wankiewicz, Edwin van der Linden
opdrachtgever:
Vestia Den Haag Zuidoost, Ceres Projecten Den Haag
aannemer:
Ballast Nedam
plan:
herstructurering 272 woningen en parkeergarages
ontwerp-uitvoering:
2005 – 2009

De nieuwe stedenbouwkundige opzet is gebaseerd op de oorspronkelijkekwaliteiten van het tuinstedelijke Spoorwijk. In opdracht van Ceres Projecten en Vestia Den Haag Zuid-Oost is de derde fase van de wijkvernieuwing ontworpen in lijn van de eerste fase. Ook hier een serie hoven aan de Beetsstraat, die een rustige autovrije leefomgeving bieden, met een semipubliek karakter. Deze ruimten worden afgeschermd van de spoorzone door een lange 4 laagse woonwand op een halfverdiepte parkeergarage. Daarmee is de parkeerdruk en de geluidsbelasting in één gebaar opgelost. Naast een duurzame materialisering is de wijk voorzien van een collectieve aard- en zonnewarmte installatie. Naast een zeer lage EPC waarde van 0,6 bieden de installaties ook ongekend comfort: in de zomer worden de woningen gekoeld door de vloer’verwarming’ zonder dat dat energie kost.

De 300 meter lange wand langs de spoorzone bestaat uit twee grote blokken die geordend worden door de poorten naar de achterliggende hoven. De blokken staan op een plint zodat de appartementen op de begane grond enige afstand tot de Hildebrandstraat krijgen. Met woningentreedeuren aan de straatzijde staan de appartementenblokken minder anoniem in de stad, en zijn de woningen georiënteerd op de tuin aan de achterzijde. Daarboven zijn de appartementen juist omgekeerd geörienteerd: de woonkamers hebben zicht op en over de groene spoordijk. Deze zijde is geluidsbelast (spoorweglawaai) maar aan deze zonnige gevel zijn toch de buitenruimten gemaakt. Dat is mogelijk doordat er aan de binnenzijde de galerij verbreed is zodat er ook informele zitplekken mogelijk zijn aan de rustige zijde (ochtendzon).

De poorten worden aan de Hildebrandstraat geflankeerd door hoge glazen trappenhuizen Aan deze zijde tonen de poorten voornaam en breed, maar aan de hofzijde is de intiemere schaal van belang: met een uitgeschoven losse bouwsteen van 8 woningen wordt de overgang van stapelbouw naar laagbouw vanzelfsprekend neergezet. Door de woningen het hof in te schuiven is de scheiding tussen tuin en hof helder, en de wordt er zicht vanuit de woningen gecreëerd op de poortruimte. Dat laatste is van belang om de sociale controle op de kwetsbare, beschutte doorgang in te bouwen.

Van belang is een juiste verhouding tussen het openbare en private karakter van de hofruimte. Een grotere betrokkenheid van de bewoners op de hofruimte wordt bereikt door de detaillering van het maaiveld en een groene sfeer met o.a. plantenbakken van redelijk formaat. Voor de woningen is een straatzone toebedeeld aan de hofbewoners om het semi-openbare karakter te ondersteunen. De toegangen tot de hoven zijn verjongd zodat er echt een hofruimte ontstaat.

Maar belangrijker nog is het openbare karakter van de hoven. De hoven moeten onderdeel blijven van de wijk, en het belangrijkste middel daartoe is het doorgaande routing. De hoven lopen niet dood, maar zijn juist een verbindingsroute voor mensen die ondergronds parkeren en vervolgens naar hun huis lopen. Ook het formele karakter van de architectuur zal bijdragen aan de openbare kwaliteit.

De Beetsstraat heeft een ruim groen profiel, en is feitelijk meer een laan, met de voor Spoorwijk zo karakteristieke flauw gebogen vorm. Die bocht wordt gedefinieerd door relatief korte drielaagse blokken van eengezinswoningen. De grandeur van de laan wordt ondersteund door de hoeken: daar hebben steeds drie grondontsloten appartementen een riant terras met een overhoekse oriëntatie. Met deze typologie kan er ook hier een gesloten hoek geformeerd worden zodat de hofruimten geheel begrenst worden door ‘bewoonde gevels’.

Bij de de verschijningsvorm van de woningbouw is gezocht naar de mogelijkheden om met baksteen –het traditionele materiaal van de tuinstad spoorwijk een zich onderscheidende architectuur neer te zetten. Door de overstekken en balkons aan de spoorzijde in vol metselwerk uit te voeren ontstaat een stoere plastiek. Door de woningbouw uit één materiaal te formeren wordt de nadruk gelegd op juist die plastische kwaliteiten van verspringende balkons en onderbroken dakranden aan hof en laan. Op een lager schaalniveau, op ooghoogte, krijgt het metselwerk door zeer smalle (halfsteens) penanten een filigraan karakter. Er ontstaat een horizontale baan van metselwerk ribben en grote glasopeningen bij wijze van plint. Bij deze metselwerk-architectuur zorgen grote glasvlakken en een fijnere detaillering voor de noodzakelijke lichtheid. Op de verdiepingen zijn de ramen in een rustig ritme geordend; in de hoven met een nadruk op de woning en aan de laan in een meer continu ritme.

Volwaardige buitenruimten bepalen door hun maat de ordening in de gevels en bij de compositie van de balkons en loggia’s is de blokschaal leidend geweest. In de Beetsstraat wordt de blokmaat omspannen door de ‘vingers’ (de balkon-loggia plastiek) aan de uiteinden, aan de Hildebrandstraat verlenen de verspringende balkons de grootschalige gevels meer levendigheid. Hout is gebruikt bij de terugspringende delen van de stapelbouw: in de loggia’s, bij de galerijen en bij de terugliggende brugwoningen brengt het hout een informeel karakter, en verzacht het de stevigheid van het metselwerk. Deze middelen en ordeningen leiden tot een elegant-robuuste en zorgvuldige architectuur.