Herstructurering Spoorwijk fase 2, Den Haag

ontwerp:
bureau MASSA; Koos Kok
team:
Stan van Kol, Liesbeth van der Loo, Marscha van Dijk, Joost van der Kooij, Aldo de Jong, Thomas Vooges, Torsten Sack
opdrachtgever:
Ceres projecten, Vestia Den Haag Zuid-Oost
aannemer:
Ballast Nedam
plan:
Grootschalige herstructurering: 205 woningen huur en koop
ontwerp - uitvoering:
2003 - 2007

Spoorwijk: een groot herstructurerings-gebied in Den Haag, is in 3 fasen gerealiseerd. Dit project behelst de tweede fase van deze stadsvernieuwing: een woningbouwplan met twee wintertuin-gebouwen, twee portiekblokken, en een veelheid aan laagbouwtypen. 

Het oorspronkelijke plan voor Spoorwijk is van Berlage uit 1908. Later is het door de gemeentelijke dienst verdicht: de bouwblokken zijn een stuk smaller geworden (van 40 naar 30 meter). De noordelijke blokken lagen vast door reeds bestaande stadsvernieuwings-projecten. De oplossing: aan de Hasebroekstraat werden de kavels slechts 10 meter diep: de woningen hebben hier een zijtuin in plaats van een achtertuin. De zuidelijke bouwblokken zijn verbreed tot de oorspronkelijke maat, zodat er ruimte ontstond voor meer conventionele (bereikbare!) woningtypen met tuin aan een nieuwe parkstrook.

De nieuwe stedenbouwkundige opzet is gebaseerd op de oorspronkelijke kwaliteiten van het tuinstedelijke Spoorwijk. Bij de tuinstedelijke ambitie is een zorgvuldige aansluiting van privé op openbaar gebied van bijzonder belang. Dan gaat het over de feitelijke detaillering aan de straat én over de organisatie binnen de woningen. Achterliggende gedachte is dat het wonen betrokken moet zijn op de straten in de buurt. Deze betrokkenheid zou moeten leiden tot een minder anonieme buurt, en een veiligere woonomgeving. Juist ook de woongebouwen -die over het algemeen anoniemer in de stad staan- werden vanuit deze gedachte ontworpen. De woningen op de begane grond worden niet via portiek of galerij ontsloten, maar hebben een voordeur aan de straat. Ook de gezinswoningen zijn in diezelfde lijn op de stad betrokken: grote glasvakken op straatniveau en een woningindeling die daarbij aansluit maken de buurt minder anoniem.

Bij de beëindiging van de langs-straten speelden twee ambities een hoofdrol: continue levendige gevels ‘om de hoek’, en woningen ontwerpen die profiteren van de hoeklocatie. Dit is vormgegeven met terraswoningen, maar ook met twee wintertuinblokken en portiek-koppen. Alle appartementengebouwen zijn drielaags; dus qua hoogte verwant aan de gezinswoningen. Daarmee blijven ze onderdeel van het totaalplan, en vormen ze de continue tuinstedelijke ruimte.

Het plan kent een rijkdom aan laagbouwtypen, steeds specifiek ontworpen op de oriëntatie. Naast de reguliere typen zijn er ook een aantal woningen op de ‘lastige’ plekken in het plan; deze locaties leveren veelal de meest bijzondere en aantrekkelijke plattegronden op. 

Met een contrast tussen een strakke strengperssteen in de basis en een rijkgeschakeerde handvormsteen daarboven is een klassieke gevelopbouw beoogt. Ritmes van woningen en doorlopende reeksen penanten zijn verweven met een ‘jazzy’ raamordening. In vele opzichten een rijk plan.

Type Hasebroek

Een hybride woningtype: een mix van een tweeonder- eenkapper met een patiowoning. Een ruimtelijke woonkamer profiteert van de breedte over twee beuken en omsluit de patiotuin. Een groot terras op de eerste verdieping biedt altijd de mogelijkheid om in de zon te zitten. De rijzige drielaagse woningen bepalen de wat voornamere sfeer in de Hasebroekstraat.

Woongebouw Thijm

Aan de Alberdingk Thijmstraat bleek een efficiënt galerijgebouw goed mogelijk. De keuze voor een wintertuin transformeert een normaliter winderige galerij tot een beschutte groene verblijfsruimte. Deze beglaasde buitenruimte sluit op een vanzelfsprekende manier aan op de tuinenwereld van de laagbouwwoningen erachter. Aan de straatzijde zijn privé buitenruimten voorzien: balkonkasten die een uitstap bieden en voorzien zijn van een kader.