Flexwonen (Flex-Back) Corpus den Hoorn, Groningen

ontwerp:
bureau MASSA; Koos Kok, Karine Schenkeveld
medewerkers:
Jolan Sterenborg, Henny Volmuller, Nicandra Nocera, Sabine Simon, Arjan Hordijk landschap: Carin Jannink
opdrachtgever:
Nijestee, particulieren
procesbegeleiding:
Kuub Groningen
aannemer:
Noppert Heereveen fase 1, Brands Bouw Groningen fase 2
plan:
2 fasen van 50 woningen in deels particulier medeopdrachtgeverschap, deels flex wonen ontwerp - bouw:
fase l: 2003 - 2007, fase ll: 2007 - 2011

De opdrachtgever wilde het particulier opdrachtgeverschap op een grotere schaal in een jaren vijftig woonwijk de ruimte geven. Een spannend proces: met honderd opdrachtgevers in zee. En dat in een wijk waar juist de collectieve ruimte de kwaliteit bepaalde. We hebben gezocht naar een model waarbij de grootste vrijheid voor opdrachtgevers gecombineerd zou kunnen worden met een samenhangende, duurzame buurt. Duurzaam ook in die zin dat veranderingen na verloop van tijd eenvoudig opgenomen worden en de kwaliteit en waarde van de buurt niet aantasten.

De grondstof van de stedenbouw, de bouwsteen, bestaat in drie varianten op eenzelfde stramienbreedte. Daarmee is een helder, bijna rigide stedenbouwkundig plan gemaakt waarmee de typologische flexibiliteit zit ingebakken: de sterke eenvoudige ordening kan een veranderlijke vraag van kopers goed opnemen. Een breed aanbod van een rijwoning, een twee-onder-een-kapper (de zijwoning), en een vrijstaande woning. Binnen dit scala zijn we op zoek gegaan naar de optimale balans van vaste en variabele elementen. De balans tussen orde en vrijheid. Geen make-up: de vrijheid moet fundamenteel zijn, en passen binnen het kwaliteitskader van de buurt. Deze vrijheid is gevonden in de typekeuze (=kavelbreedte) en de woningdiepte. De regie wordt gevoerd op de (woning-)hoogte.

Een paar zaken liggen vast omwille van de bouwsystematiek. Dat zijn drie bouwlagen, meterkast, sanitair (de plaats daarvan) en de trap. De rest is vrij: een opdrachtgever kan zelf de woninggrootte en zijn plattegronden bepalen. Vanuit een maagdelijk casco kunnen allerlei woonvormen en wensen ingepast worden. Door uit te gaan van drie bouwlagen en die hoogte gelijk als plafond voor de buurt te benoemen is de regie aan de voorzijde eenvoudig te voeren. Uitbreiding, nu en later, is voorzien aan de tuinzijde van de woningen. In de bouwsystematiek en detaillering is rekeningen gehouden met verbouw-mogelijkheden en hergebruik van bouwmateriaal.

Dat is ook te zien: de tuingevels zijn met hout bekleed, meanderend en eenvoudig veranderbaar. De voorgevel is formeler: metselwerk in een vastgestelde rooilijn. Zoals in Hollandse binnensteden en 19e Eeuwes woonwijken, waar woningen onderling verschillen en toch hechte straatwanden opleveren, passen de voorgevels in een samenhangend stramien. Er is een afgestemd palet van stenen waaruit gekozen kon worden en de gevel kon zelf ontworpen worden vanuit een beperkt aantal raamtypen. De raamhoogte en hoogtepositie waren wel bepaald, waarmee de architectonische ‘orde’ vastligt. 

Vanuit dit project is het denken gestimuleerd over een nieuwe methodiek: het Flexwonen. Omdat voor de meeste kopers de onzekerheid van een CPO-achtig proces te groot bleek, zijn we na 10 huishoudens overgeschakeld naar een systeem met veel keuze maar ook maximale zekerheid. We bedachten vanuit het eerdere gegeven van een vaste trappositie en leidingkoker een staalkaart aan onderling uitwisselbare plattegronden. Dat werd een bladerboek, waarbij kopers een unieke woning konden combineren waarvan direct de prijs helder was. Elke losse plattegrond was al gecalculeerd, de woningprijs was een eenvoudige optelsom. In een moeizame woningmarkt is dit eerste FLEX-project (categorie: middel dure laagbouw, locatie: matig) te Groningen toch goed verkocht. Het in no-time zelf in elkaar zetten van de woning blijkt enorm aan te slaan, en dit gaat structureel verder dan vergelijkbare concepten met een standaardwoning met een aantal uitbreidingsopties.

STEDENBOUW

De vier blokken zijn op drie niveaus te lezen. Het blok als stempel in een groter stedenbouwkundig patroon. Het blok opgebouwd uit twee stroken, welke een relatie aangaan met de oostzijde van de buurt. En de blokken vormen tezamen een grotere compositie rondom een collectieve parkstrook en krijgen hiermee een eigen identiteit. 

Door een staffeling van de woningen aan de oostzijde wordt de individualiteit van het huis uitgelicht. De rooilijn van de blokken meandert om de grote bestaande bomen heen, zodat vanaf de oplevering van het plan gewoond kon worden in een volwassen parkachtige setting.

Binnen Flex ontstaan steeds andere woningen die nauw aansluiten op de woonwensen. De range aan mogelijkheden is onvergelijkbaar veel ruimer dan bij bestaande concepten. Geen opties dus, maar werken met bouwstenen die de sensatie van het eigen opdrachtgeverschap in zich herbergen. Interessant is dat we hier een daadwerkelijke meting konden doen naar woonwensen. We hebben de keukenopstellingen bijvoorbeeld in kaart gebracht: dat bleek dus een heel evenwichtige verdeling te zijn tussen keukenposities aan de voorgevel, in het midden van de woning en aan de tuinzijde.